• © Choy Jongoh

 

 

 

Bij de viering van het honderdjarige bestaan van het Koreaanse theater in 2008, besefte de Zuid-Koreaanse theatermaker / componist Jaha Koo dat er eigenlijk geen Koreaanse theatertraditie is: wat ze in Korea als theater beschouwen, is in grote mate bepaald door de Westerse canon. Maar waarom zijn de Zuid-Koreanen eigenlijk zo trots op deze Westerse invulling, en waarom blijft iedereen toch altijd maar naar Shakespeare verwijzen? Het doet vragen rijzen over traditie, zelfcensuur en authenticiteit. 

In dit sluitstuk van zijn Hamartia-trilogie richt Jaha Koo zich resoluut naar de toekomst. Minutieus legt hij de tragische impact van het verleden op onze levens bloot, en passant de kleine barstjes in het moderne confucianisme aanduidend – een ideologie die nog steeds het morele systeem, de levenswijze en de sociale relaties tussen generaties in Zuid-Korea blijft bepalen. Met een nieuwe generatie Zuid-Koreanen in het vizier, tracht hij een breuk te maken met een traditie vol zelfcensuur en schone schijn. Want alleen zo kan hij een toekomst doorgeven die steunt op een authentieke versie van de geschiedenis.

Net als de voorstellingen Lolling & Rolling en Cuckoo, die zich respectievelijk op het verleden en het heden van Zuid-Korea richtten, is The History of Korean Western Theatre intelligent documentair theater waarin Jaha Koo persoonlijke verhalen verweeft met historische, politieke en sociologische feiten. Vaak thematieken die een clash van de Oosterse en de Westerse cultuur in zich dragen: van het knippen van tongriemen om het te kunnen maken in het Westen, tot de zware persoonlijke tol van Westerse bemoeienissen op macro-economisch vlak.


Premiere: uitgesteld n.a.v. de coronacrisis (was voorzien op 8 mei 2020, Kunstenfestivaldesarts, Brussel)