Pankaj Tiwari: “Mijn werk is een reactie op de tijd, de plaats en de context waarin ik me bevind"
Hij vouwde 15.000 papieren vliegtuigjes voor een theaterstuk (Paper Planes) en maakte samen met Michiel Vandevelde en Eneas Prawdzic een voorstelling over rechts extremisme. Daarnaast werkte hij in Zürich, Minnesota en Amsterdam. Sinds hij vijf jaar geleden afstudeerde aan DAS Theater in Amsterdam, heeft kunstenaar en curator Pankaj Tiwari niet stilgezeten, integendeel. The Harvest of Broken Promises wordt zijn nieuwste en eerste CAMPO-productie. Reden te meer om met hem te praten over zijn praktijk, zijn groei als kunstenaar, toekomstige creaties en meer.
Hoe gaat het met je? Waar werk je momenteel aan?
Het gaat goed. Ik ben bij CAMPO aan het werken aan een nieuwe creatie getiteld The Harvest of Broken Promises. Het is een voorstelling over voedsel, landbouw en de afhankelijkheidsstructuren die bedrijven rond de landbouw hebben gecreëerd. De ruggengraat van het stuk is de transformatie van de Indiase landbouw nadat bedrijven als Monsanto de markt betraden op het moment dat de Indiase regering in de jaren negentig de economie liberaliseerde. Maar het werk gaat niet alleen over India. Het gaat over hoe wereldwijd afhankelijkheid wordt gecreëerd, hoe boeren overal langzaam van autonomie naar systemen van schulden, controle en valse beloften worden gedreven.
Hoe is het idee voor je nieuwe voorstelling bij CAMPO ontstaan?
Ik kom uit Balrampur, een plaats in het noorden van India vlak bij de grens met Nepal. Mijn hele familie is nog steeds actief in de landbouw. Tot de jaren negentig was de landbouw grotendeels cyclisch en zelfvoorzienend. Toen India zijn markten opende en het neoliberale beleid omarmde, zagen multinationale ondernemingen kansen in een land met een miljard inwoners. Monsanto kwam op de markt met genetisch gemodificeerde zaden. In het begin werden de zaden gratis uitgedeeld, met de belofte van hogere opbrengsten en welvaart. Boeren kregen een droom voorgeschoteld, maar niet de gevolgen op lange termijn. In de afgelopen 25 jaar hebben bijna 400.000 boeren in India zelfmoord gepleegd. The Harvest of Broken Promises gaat over hoe hoop werd omgezet in afhankelijkheid.
Welke thematische of vormelijke rode draad loopt door jouw verschillende artistieke creaties?
Pas nadat ik in 2019 naar Europa kwam (om te studeren aan DAS Theater), besefte ik dat veel kunstenaars rond thema's werken. Mijn werk is vooral een reactie op de tijd, de plaats en de context waarin ik me bevind. Ik denk dus niet in vaste thema's, noch in mijn werk als kunstenaar, noch in mijn werk als curator. De thema's veranderen, maar mijn politieke opvattingen en waarden blijven constant. Ik zeg altijd dat mijn artistieke praktijk een curatoriële visie heeft en mijn curatorschap een artistieke benadering. Samenwerking staat ook centraal. Ik bouw structuren met mensen. Sommige samenwerkingen slagen, andere mislukken, maar het samen bouwen is belangrijk. Het laatste belangrijke punt is het gebruik van kunst om structuren te creëren die verder gaan dan het kunstwerk zelf.
Wat was je eerste kennismaking met kunst die je leven heeft veranderd?
Ik kom niet uit een kunstenaarsfamilie. Ik was de eerste in mijn familie en dorp die naar de universiteit ging. Ik ging wetenschappen studeren en kwam terecht op een goede universiteit met een sterke cultuur van studentenverenigingen, debatten, theater, dans en sport. Ik kwam bijna per ongeluk in aanraking met theater toen ik 19 was. Maar toen ik eenmaal begon, heeft het me niet meer losgelaten. Er was dus niet één ontmoeting, het was een geleidelijke liefde. Sindsdien is er geen dag voorbijgegaan waarop ik niet iets met kunst heb gedaan.
Hoe beïnvloeden je privéleven en je kunstenaarschap elkaar? Waar lopen ze naadloos in elkaar over en waar ontstaat er wrijving?
Voor mij zijn kunst en leven niet gescheiden. Dat betekent niet dat anderen ongelijk hebben als ze ze wel scheiden; beide benaderingen kunnen bestaan. Als ik iets niet kan beoefenen, voelt het niet eerlijk als ik het op het podium breng.
Ik geloof dat kunstenaars niet alleen het vermogen hebben om te bekritiseren, maar ook om voorstellen te doen en verandering teweeg te brengen. Mijn studio in Amsterdam deel ik bijvoorbeeld met kunstenaars die geen subsidie krijgen, zonder financiële vergoeding. Via mijn netwerken probeer ik residenties en samenwerkingen tussen Europa en India te organiseren. We kunnen niet wachten tot instellingen perfect draaien. Dus zij die er deel van uitmaken, dragen ook verantwoordelijkheid. Het gaat niet altijd om geld; tijd, netwerken, ruimte en zorg kunnen ook worden gedeeld.
Welk gevoel of inzicht hoop je dat het publiek meeneemt wanneer ze het theater verlaten?
Ik wil niet per se dat het publiek comfortabel en gelukkig vertrekt. Ik wil dat ze naar buiten gaan met vragen, met verantwoordelijkheid, een beetje confrontatie en misschien met spanning in hun lichaam. Ik wil dat het publiek zich realiseert dat ze niet buiten het systeem staan dat bekritiseerd wordt. Ze maken er deel van uit. Als ze na een voorstelling met een ongemakkelijk gevoel gaan slapen, is dat zinvol. Je kan dus zeggen dat ik kunst maak om te confronteren.
Wat probeer je los te laten om verder te groeien als kunstenaar?
Ik probeer al twee jaar om de haat los te laten. Er is een dunne grens tussen woede en haat, vind ik. De oorsprong van dat gevoel is dat ik niet werd geaccepteerd in de kunstwereld in India, omdat ik niet uit een financieel rijke familie kom. Dus schreef ik me in voor meerdere masteropleidingen en gebruikte ik de infrastructuur van universiteiten om theater te maken. Mijn Europese reis begon ook met een paar ontmoetingen die dat gevoel nog sterker maakten. Maar nu heb ik steeds meer het gevoel dat je niets bereikt met haat.
Wat komt er na het project dat je momenteel aan het voorbereiden bent? Wat staat er nog op stapel?
Een project dat ik wil realiseren, is Opera to the People. Een paar jaar geleden heb ik samen met Maria Magdalena Kozłowska een éénpersoonsopera gemaakt die werd opgevoerd op de grachten van Amsterdam en later op tournee ging naar Berlijn, Freiburg en Zürich. Ik heb het project altijd al willen uitbreiden naar een grootschalige opera op een boot, met zangers, muzikanten en dansers, maar als zelfstandig producerend en onafhankelijk kunstenaar ontbrak het me aan de middelen. Ik hoop dit project ooit in Gent of elders te kunnen realiseren. Een ander project heet NO. Het gaat over het afwijzen van institutionele verwachtingen naar mij als migrant of 'buitenstaander'. Ik wil een voorstelling maken die nee zegt tegen deze opgelegde verhalen, en eis om gewoon als kunstenaar te worden behandeld.
Als kunstenaar denk je in termen van de duur van 'projecten'. Waar hoop je jezelf op de lange termijn te zien? Zijn er grote dromen die je hoopt te verwezenlijken?
Ik geef er de voorkeur aan om dromen te verwezenlijken en ze vervolgens te delen, in plaats van ze van tevoren aan te kondigen. Elke dag bouw ik aan de lange termijn door middel van kleine, concrete acties. En dat zal ik blijven doen. Ik droomde bijvoorbeeld van institutionele steun, die ik niet had – ik heb er nooit over gesproken – maar ik ben blijven werken en voorstellingen maken, en vandaag kan ik een voorstelling maken bij jullie. Ik ben Michiel erg dankbaar dat hij me heeft uitgenodigd bij CAMPO, want het was lange tijd een droom om deze creatieve omstandigheden te hebben.