• Springville

Door het hanteren van een absurde logica en het spelen met proporties, ontroeren deze personages ons in de uitkomst van hun disfunctioneren door hun poëtische spel met chaos, verwachting en verrassing.

Gaandeweg verliezen zij hun vertrouwde aard en verandert de omgeving in een tableau van een stil landschap dat wild groeit en zich ontpopt tot in de oneindigheid.

Springville, is een performance waarin het beeld primeert. Scenografie, kostumering, attributen en personages zijn nauw met elkaar verweven en lopen in elkaar over.
 

MIET WARLOP OVER SPRINGVILLE

‘Het statische zo door elkaar schudden dat er leven of beweging uit voortkomt is iets dat vaak in mijn werk terugkomt. Levensloze objecten met een zucht ‘reanimeren’ of een stoel proberen opvoeden. Halsstarrig zoeken naar een nieuwe toedracht of opdracht voor objecten die zo vertrouwd geworden zijn dat hun mogelijkheden uitgeput lijken. Hun onderlinge, vooraf bepaalde verhoudingen door elkaar gooien zoals een natuurramp dat kan doen. Dat kun je in bepaalde foto’s van wijken waar een zware orkaan is voorbijgekomen terugvinden. De vernietiging blaast nieuw leven in alle objecten. Een nieuwe logica heerst over de omgeving. De onderlinge verhoudingen tussen de objecten zijn veranderd. Stoelen die in de tuin stonden, staan nu op het dak; een boom komt uit het raam en niet meer uit de grond; of een auto die rechtop tegen een muur staat. Zulke beelden hebben een eenvoudige en tegelijk onaardse schoonheid.’

Springville heeft voor mij ook verwantschap met slapstick, zoals die van Buster Keaton bijvoorbeeld. Vooral het spel met proporties, de onhandigheid, het onpraktische, en de onwaarschijnlijke stunts spreken tot mijn verbeelding. Ik hou van de knipoog, het fysieke, en van reflexmatige reacties. En vooral van de fun die ook in de mislukking schuilgaat.’

‘Van zodra iets een plaats gevonden heeft in Springville, wordt het op zijn kop gezet of doorbroken. Het verhaal werkt zichzelf niet enkel bij terwijl je ernaar kijkt, de werkelijkheid zelf transformeert voortdurend.’