• © Herman Sorgeloos

Ze worden voortgedreven door onstuimigheid en roekeloosheid, ze dagen de wetten van de zwaartekracht en het fatsoen uit. Ze vragen zich wanhopig af wat ze te vertellen zouden kunnen hebben, en strijden voor de zinloosheid van het bestaan. Het zijn mannen die liever jongens waren gebleven, of misschien liever vrouw zouden willen worden, of danser hadden kunnen zijn…

Een Gentenaar (Pieter Ampe) en een Oostenrijker (Simon Mayer) ontmoetten elkaar op de hedendaagse dansopleiding PARTS in Brussel. De ene een dilettant die eigenlijk acteur wilde worden, zijn jeugd deels doorbracht bij het Speelteater en die door Jan Decorte naar een dansopleiding werd gestuurd, de andere van kleins af aan gedrild tot klassiek danser en muzikant, naar Brussel verkast voor het avontuur van de hedendaagse dans. Ze vonden elkaar in theaterworkshops met Matthias Dekoning en Kuno Bakker, en creëerden O feather of lead in 2008, als hun afstudeerproject, het slotstuk van de vierjarige opleiding, vanuit een gedeelde interesse in theatraliteit en muziek.

O feather of lead is tegelijk een smerige musical, een crapuleuze choreografie en harteloos theater. In de blender zaten fragmenten en ideeën van Buster Keaton en Hamlet, van Georges Perec en Forced Entertainment, van genetische manipulatie van voedsel en utopie. De machine wordt bediend door twee knapen die geen angst hebben voor het falen, en die elk singulier idee dat hun weg kruist dissecteren en manipuleren met een mengeling van kinderlijke wreedheid, wetenschappelijk enthousiasme en een grote dosis besluiteloosheid. Het is een exploratie van de vrijheid van de onverantwoordelijkheid, een oefening in fysieke communicatie, het perfectioneren van rommeligheid en kwetsbaarheid.

Is dit dans? Theater? Musical? Slapstick? Performance art? Of is dat een domme vraag in een tijd waarin crossover de norm is elk genre van binnenuit opgerekt en uitgehold wordt tot er van een definitie die minstens twee werken overschouwt geen sprake meer kan zijn? Zolang een genre niet als maatstaf moet dienen blijft het wel een vruchtbaar perspectief. Dit stuk is het sluitstuk van een dansopleiding. Het is een choreografische blik op het gevecht van de slapstick met de zwaartekracht. Het is een dans gemaakt met de tools van het theater.
Het is een muzikale compositie met tijd, ruimte en handeling. Elke invalshoek produceert een andere blik.

Twee makers met niets in de handen en niets in de zakken behalve de goesting om vanuit het bijna-niets een luchtkasteel te bouwen en het meteen weer te laten overspoelen door de volgende impuls. Is er iets, of is er niet iets?

Steven De Belder